nederlands
spacer
english
spcaer
deutch
spacer
francais
welcome to stichting mali
welcome to stichting mali
welcome to stichting mali
history
objectives
methods
projects
funding
network
news
contact
medical
school
others
solisa
image news
section news

Reis Mali van 26 maart tot en met 1 april 2017

Ondergetekende bezoekt samen met bestuurslid Mevrouw Hanneke Hoekstra gedurende een week projecten van de stichting, onder medeneming van dozen ballpoints voor de scholen, oppompbare voetballen en keeperhandschoenen voor de jongens, kleding en kleine geschenken.

Zondag 26 maart

Dank zij Uw aller hulp konden wij de bouw van 2 medische centra financieren en werd ons oude centrum voor de lepralijders in Djocoroni gerenoveerd. Op het ogenblik voeren wij actie om het geld voor een school in Kéna bijeen te krijgen, wat de 40ste door ons in Mali gebouwde school wordt. Het is toch ongelooflijk dat onze kleine stichting dat voor elkaar heeft gekregen en hoeveel kinderen krijgen hierdoor niet een betere kans zich te handhaven in de ook in Mali gecompliceerder wordende samenleving. Ik heb onze partner gevraagd om met een voorstel voor nog een medisch centrum te komen, wat dan ons 30ste centrum zou worden, eveneens nauwelijks voorstelbaar. De realisatie hiervan is, indien financieel mogelijk, voor het najaar gepland.

Wij zijn intussen bijna 20 jaar werkzaam in Mali en hebben binnen een straal van 100 km rondom Bamako zeer veel tot stand gebracht. Enkele nieuwe projecten vallen al daarbuiten en leveren in verband met de lange reistijden problemen op, zowel bij de bouw als bij de controle-bezoeken en verdere uitbreiding is daardoor bijna ondoenlijk. Hierbij komt, dat ondergetekende dit jaar 80 jaar wordt, het wat kalmer aan moet gaan doen en de situatie in Mali er niet veiliger op wordt, zeker niet nu de 3 belangrijkste groepen jihadisten gaan samenwerken! Eén en ander heeft het bestuur doen besluiten per 31 december 2017 het werk te beëindigen. Dit voorjaar zullen wij nog onze uiterste best doen om de financiering van de school en een medisch centrum voor elkaar te krijgen en dan valt het doek.

Voor onze projecten heeft dit geen grote gevolgen, zoals ik al in eerdere verslagen heb gemeld: de projecten opereren zelfstandig en bij conflictsituaties zal onze Malinese partner Niakaté verder bemiddelend optreden. Onze scholen vallen onder de verantwoordelijkheid van de inspectie van onderwijs en de centra behouden een supervisie van de door de regering benoemde chef-arts.

Doordat Air-France de vluchttijden heeft veranderd moesten wij al om 03.30 uur uit de veren om op 05.00 uur op Schiphol te zijn voor de eerste vlucht naar Parijs. Daar was het een chaos door de verscherpte controles waardoor wij voor de overstap tijd tekort kwamen. Ondanks ons geren kwamen wij pas 15 minuten na de vertrektijd bij de gate, maar….men had op ons gewacht omdat onze bagage ook al in het ruim zat. In Bamako is het bij aankomst ruim 40 graden en iedereen klaagt over de hitte. Onze partner Niakaté haalt ons af en na 12 uur reizen komen wij bekaf in ons hotel.

Maandag 27 maart

Na een stevig ontbijt gaan wij eerst naar het hoofdbureau van politie om een visum aan te vragen voor onze reis in november as., waarna het echte werk begint. Vandaag moet Kinsika worden gecontroleerd, waar wij een school en een medisch centrum hebben gebouwd en een 100 meter diepe drinkwaterput hebben geboord. Het is een tocht van 2 ½ uur, deels over asfalt en deels over wegen die deze naam niet verdienen. Onderweg praat Niakaté ons bij over de toestanden in Mali in het algemeen en onze projecten in het bijzonder. Het gebied 250 km ten noorden van Bamako is nu al gevaarlijk geworden en het zwakke leger slaat bij aanvallen regelmatig op de vlucht. De macht van Minusma (VN-leger) haalt volgens de Malinezen niet veel uit en alleen de hoteliers worden er beter van. Naast de rechters staken nu ook alle artsen en het verplegend personeel in de ziekenhuizen waardoor er onnodig veel sterfgevallen zijn. De afgelopen oogst was zeer matig tot catastrofaal door onvoldoende en te korte regenval, waarbij nog komt dat er een wormsoort de mais ernstig heeft aangetast. Kortom: kommer en kwel. De dorpen, die van ons een graanbank hebben gekregen hebben het tot nu toe aardig gered.

In Kinsika treffen wij rond de 60 mannen en vrouwen onder een stro-afdak voor ons medisch centrum aan. Na de hartelijke begroeting inspecteren wij samen met de aardige matrone het centrum, dat er schoon en goed onderhouden uitziet. Bij controle van de boeken blijkt men per maand ca. 85 visites te hebben, waaronder ook veel schoolkinderen, en 6-8 bevallingen. De mensen komen uit de wijde omtrek en eigenlijk zouden wij tevreden moeten zijn als wij niet wisten, dat de cijfers veel hoger hadden kunnen zijn, als de mannen geen remmende factor waren geweest. Daarover wordt dus lang gesproken, ook over de aanwezigheid van nepmedicijnen op de markt, die verboden moeten worden .Niet alleen het dorpsbestuur maar ook het comité van de vrouwen wordt hierop aangesproken en men belooft beterschap. De scholen zijn i.v.m. de Paasvakantie gesloten maar de aanwezige directeur vertelt ons, dat men 357 leerlingen heeft, waarvan 124 (!) meisjes en 6 onderwijzers. Prima! Door de drinkwaterput zijn er nog nauwelijks zieke kinderen wat ons op het punt hygiëne brengt. De directeur is blij met de ballpoints en de voetbal, want sport is voor de jongens op deze afgelegen plek de enige uitlaatklep. Als laatste kwam de door ons geschonken graanbank aan de orde, die voor de mensen een uitkomst bleek te zijn en die zelfs gezorgd heeft, dat er minder houtskool als bijverdienste werd geproduceerd, wat de natuur ten goede komt. Natuurlijk waren er teiltjes met gierst en kip, zodat de grond al gauw vol kippenbotten lag. Hanneke en ik pikten met onze plastic vorken van Air France voor de vorm een paar happen mee tussen al die graaiende handen.

Het was een uitstekende bijeenkomst in Kinsika en men bedankte ons bij het afscheid voor de vele raadgevingen. Met twee door hitte bevangen kippen rijden wij tevreden terug naar Bamako, waar wij ondanks de redelijk werkende airco drijfnat aankwamen.

Dinsdag 28 maart

Onze jonge chauffeur laveert ons kundig door de verkeerschaos in Bamako naar de uitvalsweg naar Kati. De te smalle weg met overal geparkeerde vrachtwagens die pas na middernacht de stad in mogen maakt dat wij veel tijd kwijt zijn voordat wij op de tolweg komen, maar dan zetten wij er flink de vaart in. Na een uur asfalt komen weer moeilijke binnenwegen, soms kuilen en gaten, soms een redelijk laterietweg, door een landschap dat varieert van saaie savanne tot heuvelachtige gebieden met struiken en in de dalen veel mangobomen. De akkers zijn kaal en de dorpen die wij passeren lijken uitgestorven: men is de enorme hitte ontvlucht. Na 3 uur rijden bereiken wij ons doel van vandaag: Kodialan, een zeer arm groot dorp dat al 3 jaar lang om een medisch centrum bedelt. Wij schrikken bij de eerste kennismaking met de mensen: mannen en vrouwen zijn mager, veel kinderen hebben een dikke “honger”-buik en wij zien veel blinden en mensen met oogziektes (rivierblindheid). In de 20 jaar dat wij in Mali werken hebben wij het nog nergens zo erg meegemaakt! Er volgt een vergadering met ca. 60 mannen en vrouwen onder een grote oude boom. De blinde dorpsoudste wordt vertegenwoordigd door een eveneens blinde porte-parole, die ons de situatie uiteenzette. Hierna vertelt ons de presidente van de vrouwen over de vele sterfgevallen onder bevallende vrouwen, het hoge kindersterftecijfer en de constante honger, waardoor ieders conditie veel te wensen overliet. In het grote dorp wonen ruim 3000 mensen en in de 8 omliggende dorpen nog eens 2000 mensen, die voor faciliteiten op Kodialan zijn aangewezen. Men heeft een door Oxfam geschonken school met 355 leerlingen in 3 klassen en 3 onderwijzers, wat in de praktijk betekent, dat iedere onderwijzer in elk lokaal aan 2 klassen les moet geven. Een onhoudbare toestand maar het medische centrum is belangrijker om niet te zeggen van letterlijk levensbelang., alleen……waar halen wij het geld vandaan? Verder zijn er veel zieken omdat er geen goed drinkwater is, ook weer een belangrijke zaak waarin wij zouden moeten voorzien. Onze partner stelt, zonder iets te kunnen beloven, de dorpelingen op de hoogte van onze condities, onze chef-metselaar keurt de zandmonsters i.v.m. het maken van de stenen en men hoort hoe men aan de benodigde vergunningen moet zien te komen.

Ondanks de enorme hitte is er een soort van volksoploop ontstaan en zien wij steeds meer schrijnende gevallen, zodat het voor ons vaststaat: hier moet absoluut geholpen worden. Tot op 25 km afstand is er in de omtrek geen medische hulppost, dus zou het centrum in een enorme behoefte voorzien. Wij leggen morgen de eerste steen voor een school in Kéna waarvoor wij al sinds november actie voeren en waarvoor de financiering voor 75% rond is. Nu moeten wij ons op dit dorp concentreren, het laatste en meest tragische project van onze stichting en wij hebben daarbij Uw aller hulp nodig. In de eerste plaats zou ik alle donateurs, die normaal aan het eind van het jaar hun gift storten, willen verzoeken dit nu al te doen, omdat wij in december met ons werk stoppen. Het centrum kost € 40.000,-- en de 100 meter drinkwaterput met pomp € 10.000,--, zodat wij voor deze € 50.000,-- ook direct bij grotere stichtingen zullen aankloppen.

Wij zijn helemaal gedeprimeerd door de situatie in het dorp en weten niet hoe wij de hoopvolle mensen moeten aankijken, wij kunnen immers nog niets beloven. Zo arm als zij zijn komen zij toch met 2 kippen en een grote papaja aanzetten en de imam besluit daarop de bijeenkomst met een gebed. Dit was een ontroerende dag en als wij na 3 uur rijden weer drijfnat uit de auto kruipen durven wij niet meer te zeuren.

Woensdag 29 maart

Door de 2 uur tijdsverschil sta ik om 5 uur al weer naast mijn bed, terwijl de rond het hotel liggende moskeeën oproepen tot gebed. Om 6 uur vertrekken de in het hotel ondergebrachte militairen en als wij om 7 uur gaan ontbijten zien wij een grote groep van Touaregs met witte tulbanden, die hier voor een verzoeningsconferentie zijn ( en het daggeld van € 150,--!) Vandaag is Kéna aan de beurt, een grote gemeenschap op 2 ½ uur rijden ten noorden van Bamako. Unicef had er een medische centrum gebouwd, Worldvision een school en wij gaan er nu een 2e school realiseren vanwege de grote hoeveelheid leerlingen. Men had zelf provisorische kleiklasjes gebouwd die op instorten staan en absoluut niet meer mogen worden gebruikt. Wij worden verwelkomd door zingende en klappende vrouwen i.p.v. kinderen en de stemming is daardoor direct vrolijk. Onder de grote schaduwrijke bomen zitten het dorpsbestuur, vertegenwoordigers van het centrum en de school en het vrouwencomité. Na de gebruikelijke begroetingen maakt onze partner duidelijk wat er allemaal nodig is voor de bouw van de school: het dorp moet een verzoek indien bij de regio-burgemeester en bij de inspectie van onderwijs. De laatste moet bevestigen, dat de school na opening “publiek” wordt, wat wil zeggen dat de staat voor onderwijzers zorgt en het schoolmateriaal. Daar 27 mei de Ramadan begint moet de papierhandel binnen 2 weken geregeld zijn, zodat men met de praktische zaken kan beginnen: Het terrein moet bouwrijp worden gemaakt (geëgaliseerd) en bij de rivier moet zand worden gehaald voor de zand/cementstenen. Men moet onder leiding van onze metselaars van het juiste mengsel stenen vormen, die de vrouwen regelmatig nat moeten houden om ze “body” te geven. Het dorp moet de werklui onderdak en voedsel verschaffen en waar mogelijk hand- en spandiensten verlenen. Na diverse herhalingen en commentaar van jan en alleman is dan het moment gekomen voor de dorpsoudste en mij om de eerste 2 stenen te leggen. Hanneke legt met de presidente van de vrouwen de derde, waarop in het natte cement de datum wordt vastgelegd. Natuurlijk werd Allah’s zegen afgeroepen en daarmee werd de meeting besloten. Bij het afscheid krijgen wij alweer 2 kippen mee, die in de kookpotten van onze partner en assistenten zullen belanden. Op de terugweg vallen wij alle 3 in slaap, de hitte van ruim 40 graden heeft ons gesloopt.

Donderdag 30 maart

In verband met de lange tocht naar Sirakoro vertrekken wij vroeg om op tijd te zijn voor de ontvangst van belangrijke gasten bij de opening.

Tijdens de 3 uur durende rit zijn de dorpen die wij passeren onze enige afleiding: langs de weg hebben de vrouwen hun stalletjes ingericht met vrolijke piramides van tomaten, uien, aubergines en mango’s. Verder ligt hier en daar een bus of vrachtwagen ondersteboven langs de weg en zien wij enkele tuinen met kool, tabak en uien. In Sirakoro is er weer een erehaag van klappende en roepende kinderen. De burgemeester en notabelen begroeten ons en begeleiden ons naar het feestterrein. Daar zitten in een carré onder afdaken van stro en tentzeilen ruim 1.000 mensen, vooral vrouwen en kinderen. De staatstelevisie neemt alles op en verder worden veel privé-video’s gemaakt: de regio viert feest, eindelijk een medisch centrum! Ondanks de 42 graden en enorme stofwolken dansen de mannen, zijn er acrobaten die ongelooflijke capriolen uithalen, is er een griot (traditionele verhalenverteller) op een dansend paard en dit alles onder begeleiding van een ballofoon, trommels en vals zingende zangeressen. Onder onze canapé ontmoeten wij vertegenwoordigers van de ministeries van binnenlandse zaken en gezondheid, de sous-prefect en allerlei mensen van onduidelijke organisaties. Iedereen zit op draadstoelen en alleen voor mij stond er een hoge pluchen stoel, een soort troon, wat mij een ongemakkelijk gevoel gaf. Zoals steeds moest iedereen zijn zegje doen en de talrijke toespraken in het Bamana werden door onze partner summier vertaald. Ondertussen hadden rukwinden grote stukken tentzeil de lucht ingetrokken en kon je soms door de zandstorm geen 3 meter verder kijken. Hinderlijke close-ups van de cameraman, het soms wegvallen van de stroom of het geoffreerde lauwe water mochten de pret niet drukken: vooral de vrouwen waren dolblij met de nieuwe gezondheidsvoorziening en hadden zin in feest. Het medische centrum zag er prachtig uit en bij controle van het interieur bleek alles te kloppen. Door de zonnepanelen waren alle ruimtes verlicht, de ijskast op accu’s werkte (belangrijk voor o.a. vaccins) en de apotheek had een goede basisvoorraad. De behuizing van de matrone naast het centrum was adequaat, zo ook de latrines en de waterput. Direct na de opening stroomde het gebouw vol met nieuwsgierige gasten, die net als wij enthousiast waren over het interieur. Wij hadden ook een graanbank geschonken met 3 ton gierst, die vervolgens werd geopend, waarbij onze partner nog eens het systeem van lenen en teruggeven uitlegde. Het werd tijd voor de teiltjes: dit maal gierst met kool en ondefinieerbare brokken vlees. In een mum van tijd was onze mooie ziekenboeg veranderd in een puinhoop, zodat ik maar naar buiten ben gegaan om te roken. Tot mijn verbazing ontdekte ik toen een groep van zonnepanelen, die een antenne voedde, zodat de telefoons in het dorp ook bereik hadden! Wat een prima initiatief! Ten afscheid kregen wij een schitterende ram cadeau, hagelwit met prachtige grote horens, die ons zo melancholiek aankeek dat ik allen maar kon zeggen dat Air-France die niet zou accepteren en dat wij liever zouden zien dat hij in het dorp bleef. “Traditie is traditie” was het weerwoord en voor wij het wisten lag het arme dier opgevouwen in één van onze auto’s achterin, samen met weer 2 geschonken kippen. Door de zandstorm was het feestterrein langzaam leeggelopen en na vele dankbetuigingen konden ook wij eindelijk aan de terugreis beginnen. Na een douche in het hotel werden wij weer mens en de koude biertjes deden de rest. Het was een feestelijke dag!

Vrijdag 31 maart

In de ontbijtzaal veroorzaken de zeker 15 Touaregs de nodige tumult. Het gaat hier om vooraanstaande families/leiders, die thuis letterlijk nog slaven hebben en die menen ook onze obers op luide toon te kunnen commanderen. Zij vinden overigens ook, dat de staat hen moet onderhouden, dat werken iets is voor het gewone volk en men beziet de “zwartjes uit Bamako” met de nodige dédain. Hierbij zij opgemerkt, dat 80 % van de Touaregs wèl de Malinese regering accepteert en zich waar mogelijk verzet tegen deze elitaire groep. Er is regelmatig stroomuitval in Bamako, waardoor onze partner zijn papierwerk niet kan doen, airco’s niet werken e.d. waar wij door het reserveaggregaat van ons hotel gelukkig geen last van hebben. Als wij op pad gaan is het alweer 37 graden en de stofwolken waaien ons om de oren. Het fijne woestijnzand dringt door alles heen en al gauw zijn wij aan het tandenknarsen. Ons doel Djicoroni is gelukkig niet ver, want zowel onze partner, onze chauffeur, als wij worden moe. Wij hebben er in 2004 een medisch centrum gebouwd voor lepraleiders, die door de staat en de gemeenschap werden verwaarloosd en gestigmatiseerd. Intussen is Bamako zo gegroeid dat het dorp onderdeel van de stad is geworden en ons centrum volkomen is ingebouwd.. In de loop de jaren hebben wij op veler verzoek de functie van het centrum zo veranderd, dat de hele bevolking van het dorp en zelfs mensen uit de wijde omtrek er gebruik van kunnen maken. Jaren geleden heeft één van onze donateurs, de familie Peyster, het centrum tijdens haar vakantie op eigen kosten opgeschilderd maar bij ons bezoek afgelopen november bleek een tweede facelift absoluut noodzakelijk. Wij zien bij aankomst een op het oog nieuw centrum en ook het huisje van de vroedvrouw zag er als nieuw uit. Het interieur was brandschoon, het gekanker heeft geholpen!, en afgezien van nieuwe plafondplaten en frisse kleuren zagen wij nieuwe matrassen. Tijdens ons bezoek waren alle bedden bezet door mensen, die aan het infuus lagen en het was een komen en gaan van mensen voor een behandeling. In maart had men 187 consults en 6 bevallingen verwerkt met een team van 1 gediplomeerde verpleger, 1 gedipl. verpleegster, 1 stagiaire en een vrouw voor de apotheek. Wij hoorden, dat alle daar bevallende vrouwen een muskietennet mee naar huis krijgen, een prima initiatief! Na nog wat puntjes op de ï te hebben gezet bezoeken Hanneke en ik het getto voor de lepraleiders en daar wij verschillende al jaren kennen zijn de reacties op onze komst ondanks hun blindheid blij, men herkent onze stemmen. Het blijft verschrikkelijk om deze aftakeling te zien: ontstoken blinde ogen die uit hun kassen puilen, de vele kaakvergroeiingen, de vergroeide stompjes en soms ook nog open wonden. Wij hebben bedden, matrassen, stoelen met kussen e.d. voor hen gekocht maar meer kunnen wij helaas niet doen.

Op de terugweg worden mango’s voor het thuisfront ingeslagen, waarna onze partner naar zijn kantoor moet om alle papieren in orde te maken, die ik morgen mee naar huis moet nemen. Traditiegetrouw trakteren wij onszelf op een luxe etentje bij de Thai, waardoor wij de televisie uitzending over Sirakoro missen

Zaterdag 1 april

6 uur opstaan, 7 uur ontbijten, 8 uur vetrekken.

Onze laatste klus voert ons naar Nglénglé, een sympathiek dorp aan de Niger waar wij in november 2016 een school hebben geopend en men nu een medisch centrum krijgt. In ons 20-jarig bestaan is het al twee maal voorgekomen, dat donateurs een heel centrum hebben geschonken: de families De Ruuk en Beuth. In Nglénglé is het medische centrum voor 100% door AFAS-Foundation gefinanciëerd, geweldig! Helaas stormt het nog steeds, wat fotograferen en filmen problematisch maakt.

Via een redelijke weg bereiken wij in 2 uur het dorp waar ons weer klappende kinderen en notabelen opwachten, terwijl de televisie weer alles vastlegt voor het nageslacht. Op het feestterrein wordt bij veel te luide muziek ondanks al het stof gedanst, terwijl de tentzeilen gevaarlijk klapperden. Wij zien o.a. vertegenwoordigers uit de gezondheidszorg uit de wijde omgeving en zelfs van de overkant van de Niger had men comités gestuurd. De afgelopen nacht waren er al twee kinderen in het centrum ter wereld gekomen, dus voor de opening, wat het belang voor de regio van deze voorziening nog extra onderstreept. De dorpsoudste stelt in zijn toespraak dat deze kinderen een goed voorteken zijn en dat deze absoluut naar Hanneke en mij vernoemd moesten worden. Luid gejuich en de ook aanwezige griot begon direct een inzamelingsactie voor de kleintjes. Het centrum zag er weer prima uit en ook het interieur voldeed aan onze eisen: het licht en de ijskast werkten, het meubilair was compleet en ook de behuizing van de gediplomeerde verpleegster straalde in de zon. De 2e verpleegster slaapt in het centrum, waarvoor een aparte kamer bestemd is. Tijdens de vele toespraken worden onze partner en wij de hemel in geprezen en men raakt er niet over uitgepraat, dat er nu al twee geboortes zijn. Na de opening worden de prille moeders door ons met attenties verwend (Hanneke had toevallig babykleding bij zich) en nadat de televisie de oude en de jonge Henk samen opgenomen had moest er worden gegeten: in olie drijvende friet met vis….. waarvoor wij beleefd bedankten. Daar wij een paar uur later al terugvliegen, moest er vrij snel afscheid genomen worden en wij kregen daardoor tijd voor een douche, koffer pakken en het snel eten van een soep, voordat wij naar het vliegveld moesten voor de alles bij elkaar 12 uur durende terugreis. Het was door de absurde temperaturen en de zandstormen geen gemakkelijk reis, maar wij hebben bereikt wat wij wilden en daar gaat het toch om. Hanneke was ook op deze reis mijn steun en toeverlaat, waarvoor ik haar dank.

En wat Kodialan betreft: helpt ons a.u.b. dit laatste project te doen slagen, ons 30ste centrum! Voor de gelovigen onder U is dit een ideale kans om U van een plekje in het hiernamaals te verzekeren.

Henk Italiaander , voorzitter.

bevel scroll
bevel scroll
scroll up
scroll down
welcome to stichting mali
welcome to stichting mali
welcome to stichting mali
go to nuage interactive